Veelgestelde vragen

Na hun achttiende verjaardag worden jongeren in staat geacht om zelfstandig beslissingen over hun gezondheid te kunnen nemen. Voor die tijd helpt het als ouders duidelijk zijn over niet roken en niet drinken. Als ouders in gesprek met hun kind blijven, regels stellen en het goede voorbeeld geven, neemt de kans dat hun kinderen beginnen met roken of drinken af. Gelukkig maar, want alcohol en tabak zijn extra schadelijk tijdens de groei. Het brein ontwikkelt zich tot gemiddeld het 25ste levensjaar. Roken en drinken kan die ontwikkeling beïnvloeden. Bij mensen die al jong regelmatig drinken, is de kans op verslaving op latere leeftijd groter. Ook raken jongeren veel sneller verslaafd aan nicotine. En hoe eerder verslaafd, des te meer sigaretten ze op latere leeftijd per dag roken. Dan is het nog lastiger om te stoppen. Als je voor je achttiende niet rookt, dan is de kans dat je nooit begint groter.

Wel degelijk, zo oordeelde de rechter in 2016. Hij gaf een moeder een boete van 400 euro, omdat een vriendin van haar dochter ladderzat in het ziekenhuis was beland na een feestje in haar huis. ‘De politierechter vindt dat de moeder als volwassene verantwoordelijk is voor de toestand van minderjarige kinderen’, zo verklaarde een voorlichter van de rechtbank. Voor ouders die thuis
strenge regels stellen is het erg vervelend als hun kind op het feestje van een vriend wel alcohol aangeboden krijgt. Je moet er als ouder ook niet aan denken dat een zestienjarige op het feestje van jouw zoon of dochter door overmatig alcoholgebruik in het ziekenhuis belandt.
Geef daarom geen alcohol aan kinderen onder de achttien jaar die vallen onder jouw verantwoordelijkheid. En je bent niet de enige: in 2017 gaf meer dan de helft van de jongeren aan dat ze geen alcohol van hun ouders mogen drinken.

Tweedehandsrook is de rook die in de lucht komt door een brandende sigaret en de restanten die een roker uitademt. Daarin zitten nog steeds gevaarlijke en kankerverwekkende stoffen. Derdehandsrook is rook die neerslaat op bijvoorbeeld kleding, meubels en gordijnen. Het veroorzaakt bijvoorbeeld bruingele muren in huis en kan ook in ruimtes hangen waar niet wordt gerookt.
Nicotine en teer slaan als kleine deeltjes neer op kleding, haren of handen van (mee-)rokers. Na het uitmaken van de sigaret, ademen rokers nog lange tijd gevaarlijke stoffen uit. Buiten roken? Dat beschermt kinderen niet voldoende. De rook dringt overal doorheen. Als roker neem je het overal mee naar toe. Wie met een roker samenwoont of -werkt, heeft zo’n 30 procent meer kans op longkanker en hart- en vaatziektes.

Zeven seconden: zoveel tijd heeft nicotine nodig om na een trekje aan een sigaret via het bloed het brein te bereiken. Daar zorgt het stofje voor een prettig, ontspannen gevoel. Mede door het snelle effect bestempelen sommige wetenschappers tabak als een van de meest verslavende middelen. Het lichaam breekt de nicotine weer snel af. Maar door dat dalende nicotineniveau krijg je onthoudingsverschijnselen, zoals onrust en geïrriteerdheid, die toenemen tot je een nieuwe dosis nicotine krijgt. Het volgende sigaretje geeft een gevoel van ontspanning, omdat de nicotine de ontwenningsverschijnselen opheft. De beloning van nicotine versterkt het rookgedrag, zoals het zoeken naar een moment voor een sigaret. Het gedrag wordt daardoor een belangrijk onderdeel van de dwang om te roken.

Zelf het goede voorbeeld geven is beter, maar dit betekent niet dat een rokende ouder het recht verspeelt om zijn kind roken te verbieden. Sterker nog, ze kunnen juist prima beargumenteren waarom ze het zo belangrijk vinden dat hun kind rookvrij blijft. ‘Ik ben verslaafd en vind het heel moeilijk om te stoppen, ik wil niet dat jou hetzelfde overkomt.’ Of: ‘Niet beginnen is veel makkelijker
dan stoppen. Dat weet ik uit eigen ervaring.’
Onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen raden juist rokende ouders aan om er een zogenoemde ‘rookspecifieke opvoeding’ op na te houden. Oftewel: stel duidelijke regels over roken. Ook bij drinkende ouders geldt dat regels stellen over alcoholgebruik door het kind even effectief is als bij niet-drinkende ouders.

Ook zonder alcohol is een biertje voor kinderen niet goed. Oké, er is geen direct risico voor de gezondheid van je zoon of dochter. Maar indirect wel. Een alcoholvrij biertje kan ervoor zorgen dat je kind gewend raakt aan de smaakvan bier, of het zelfs lekker gaat vinden.
Bovendien kan het gebeuren dat de gelegenheid, een gezellig familie-etentje of het kijken van een filmpje of een sportwedstrijd, zorgt voor positieve associaties met het drinken van bier. Wie weet gaat je kind wel denken dat het pas gezellig is met een (alcoholvrij) biertje erbij. Daarmee wordt de overstap naar gewoon bier gemakkelijker.

Het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Identificatie blijft achterwege indien het een persoon betreft die onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt. 

Als de verstrekker in dit geval geen ID vraagt, neemt hij een risico. Indien de handhaver oordeelt dat de betreffende persoon niet onmiskenbaar de vereiste leeftijd heeft bereikt, kan de verstrekker inderdaad een boete ontvangen omdat hij de leeftijd niet heeft geverifieerd.

De gestelde leeftijdsgrens van 25 jaar is een onderlinge afspraak van de supermarkten om er zeker van te zijn dat ze de regels goed uitvoeren: http://www.cbl.nl/activiteiten/lobby-en-wetgeving/alcohol-en-tabak/legitimatieleeftijd-naar-25-jaar/ . Veel sportkantines en verstrekkers van tabak hanteren ook de legitimatieleeftijd van 25 jaar.

Supermarkten zijn wettelijk verplicht te controleren of iemand de vereiste leeftijd heeft waarop zij alcohol of tabak aan die persoon mogen verkopen. Om zich goed aan de wet te kunnen houden hebben alle supermarkten daarom onderling afgesproken dat iedereen onder de 25 jaar verplicht is een legitimatiebewijs te tonen: http://www.cbl.nl/activiteiten/wetgeving/verantwoorde-verkoop-alcohol-en-tabak/legitimatieleeftijd-25-jaar/

Als de caissière te maken heeft met een groepje jongeren dat drank koopt zal hij of zij op haar hoede moeten zijn. Als degene die oud genoeg is om alcohol te kopen of te bestellen samen komt met vrienden die nog geen 18 zijn, dan moet iedereen zich eerst legitimeren. Is er iemand bij die jonger is dan 18, dan moet de caissière nee verkopen aan de gehele groep. Je kunt je ook een situatie voorstellen in een supermarkt waarbij de kassamedewerker een jongere weigert drank te verkopen en een ouder iemand verder in de wachtrij zegt: "Dan koop ik het toch voor hem". In dat geval is er ook duidelijk sprake van wederverstrekking en blijft het antwoord: “Nee, ik mag u geen alcohol verkopen”.

Vanaf 1 januari 2014 mogen supermarkten geen alcohol verkopen aan klanten onder de 18 jaar. Er mag ook geen alcohol worden verkocht aan een klant die wel oud genoeg is om alcohol te kopen, maar samen komt met vrienden die nog geen 18 zijn terwijl duidelijk is dat de alcohol ook voor hen bedoeld is. Er zou dan sprake kunnen zijn van wederverstrekking, iedereen moet zich dan legitimeren.

De wet geeft aan dat supermarkten en slijters, maar ook horecabedrijven, alleen alcohol mogen verkopen aan een klant als voor iedereen duidelijk is dat deze klant de drank niet direct doorgeeft aan jongeren onder de 18 jaar. Als duidelijk is dat de alcohol wordt gekocht met de bedoeling het direct ter plekke aan een jongere door te geven moet de caissière of barmedewerker nee verkopen. Dan is er zogenaamd sprake van wederverstrekking of doorverkoop (Drank- en Horecewet, artikel 20). In alle andere gevallen kan de verkoper de drank, na vaststelling dat de koper 18 jaar of ouder is, gewoon verstrekken. En dat geldt zeker ook voor ouders die drank in de supermarkt kopen voor thuisgebruik ook al hebben ze op het moment van de aankoop één of meer jonge kinderen bij zich.

De wet maakt onderscheid tussen wel en niet “voor publiek toegankelijke plaatsen”. Bij dat laatste gaat het om algemene toegankelijkheid. De school wordt gezien als een plaats die niet bestemd is voor algemene toegankelijkheid, althans wanneer er alleen eigen docenten en eigen leerlingen aanwezig zijn. In zo’n situatie is het voor jongeren onder de 18 jaar niet strafbaar om alcohol te bezitten.

Het schoolreglement kan het natuurlijk wel verbieden! Wanneer mensen van buitenaf welkom zijn, bijvoorbeeld tijdens een feest, kan de school wel gezien worden als een voor publiek toegankelijke plaats. Dan geldt voor jongeren onder de 18 jaar het verbod om alcohol te bezitten. Verder houdt de Drank- en Horecawet voor iedereen, dus ook voor scholen, in dat als er voor het schenken van alcohol een vergoeding wordt gevraagd, dat alleen kan als er een Drank- en  Horecavergunning is. Heeft de school die niet, dan kan, bijvoorbeeld bij een feest, alleen tegen betaling worden geschonken als de burgemeester een eenmalige ontheffing van die vergunningplicht heeft gegeven. De school dient zich overigens ook mét vergunning of ontheffing te houden aan de wettelijke regel dat er geen alcohol verkocht mag worden aan jongeren onder de 18 jaar.

Een instelling is geen publieke ruimte. Daarom is een jongere onder de 18 jaar volgens de wet niet strafbaar als hij in de instelling in het bezit is van alcohol en dat de jongere via bijvoorbeeld ouders of oudere kennissen heeft gekregen. Ook het nuttigen van alcohol in de gezamenlijke woonkamer of op zijn/haar eigen kamer is niet strafbaar. Niet voor de jongere zelf en niet voor de instelling (want de instelling valt niet onder de publieke ruimte en jullie verkopen niet de alcohol aan de jongere onder de 18 jaar).

Hier geldt de Drank- en Horecawet zoals die ook voor elke thuissituatie geldt: in de wet is daarover niets vastgelegd. Ouders mogen hun kind onder de 18 jaar thuis laten drinken, jongeren onder de 18 jaar zijn ook niet strafbaar als ze thuis alcohol in hun bezit hebben.

Wel kan elke instelling natuurlijk in zijn alcoholbeleid meenemen of de instelling het wenselijk blijft vinden dat onder 18 jaar bewoners alcohol drinken en of de instelling met haar beleid wil aansluiten bij de om gezondheidsredenen verhoogde leeftijdsgrens van 18 jaar voor alcohol.

Het verbod op het aanwezig hebben van alcoholhoudende drank onder de 18 jaar geldt niet voor jongeren van 16 jaar en ouder die een horeca opleiding volgen, of die achter de bar van een (sport)vereniging staan. Beiden zijn expliciet uitgezonderd van het verbod in de Drank—en Horecawet. Als jongeren 16 of 17 jaar zijn mogen ze wel alcohol verstrekken (schenken), maar ze mogen zelf geen alcohol drinken. In de wet staat dat deze uitzondering geldt voor personen van 16 of 17 jaar die dienst doen in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waaronder inbegrepen, de barvrijwilliger in een inrichting in beheer bij een paracommerciële rechtspersoon. Er dient overigens, behalve in (sport)kantines, altijd een leidinggevende in de inrichting aanwezig te zijn.

Er zijn 2 mogelijkheden:

1. Een ID-kaart, oftewel identiteitskaart, wordt uitgeleend aan iemand anders. Dat mag niet. Een ID-kaart is namelijk persoonsgebonden. Als dit wel gebeurt, dan wordt identiteitsfraude gepleegd. Dit is een strafbaar feit.
De vraag of het de verkoper te verwijten valt als iemand de ID-kaart van bijvoorbeeld zijn broer of zus meeneemt, zal afhangen van de omstandigheden per geval.

2. Daarnaast kan iemand ook een ID-kaart namaken. Als dat zo goed gedaan is, dat het niet op het eerste gezicht als vals te herkennen valt, maar dat hier nader onderzoek voor nodig is, kan dit de verkoper of de portier niet worden verweten.
Is het echter duidelijk een kopie met een andere foto eroverheen geplakt, waarvan meteen zichtbaar is dat het om een valse kaart gaat, dan kan het de verkoper wel worden verweten.


(Bron: Ministerie van VWS)

 

 

 

 

Ja, dat is bepaald in de Drank- en Horecawet, in artikel 20, vijfde lid.
"Bij de voor het publiek bestemde toegang tot een horecalokaliteit, een slijtlokaliteit, een ruimte als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of een vervoermiddel waarin bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, dient duidelijk zichtbaar en goed leesbaar te worden aangegeven welke leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen gelden. Bij regeling van onze Minister kunnen daaromtrent nadere regels worden gesteld of modellen worden vastgesteld."

(Bron: Ministerie van VWS)

De school is onder normale omstandigheden geen publieke ruimte en de wet is niet van toepassing tijdens onderwijsactiviteiten zoals serveren en proeven. Dus wettelijk kunnen de lessen gegeven worden aan leerlingen onder de 18 en de wet zegt ook niet dat proeven verboden is. Of u de leerlingen onder de 18 alcohol laat proeven is wel een kwestie van schoolbeleid en afspraken met ouders/verzorgers. We gaan er van uit dat bij proeven de alcoholhoudende drank weer wordt uitgespuugd, zodat het proeven van drank geen negatief resultaat heeft op het vervolg van de les of het onder invloed deelnemen aan het verkeer na afloop van de les. Ouders behoren te weten dat hun kinderen alcohol proeven op school.

Ondernemers mogen geen alcohol verkopen aan jongeren onder de minimum leeftijdsgrens. Ook niet aan hun ouders of aan andere volwassenen als deze drank kennelijk bestemd is voor de jongere.

Het kan de ondernemer worden aangerekend als duidelijk is dat de drank bestemd was voor de jongere zelf en hij toch alcohol heeft verstrekt. Daarnaast kan ook de jongere zelf een boete krijgen voor het in bezit hebben van de drank in de openbare ruimte (bijvoorbeeld de horeca). Het zal er in deze situatie dus op neerkomen dat de ondernemer duidelijk moet maken aan de ouders dat hij niet kan en mag schenken aan minderjarigen. Doet hij dat niet, dan riskeren beide partijen een boete.

(Bron: Ministerie van VWS)